Van fusie op papier naar samenwerking in de praktijk
Eerder bracht NOS het nieuws dat het VUmc School of Medical Sciences in 2040 stopt als ziekenhuis en dat de zorgtaken de komende veertien jaar worden overgeheveld naar locatie AMC in Amsterdam-Zuidoost. VUmc blijft volgens de berichtgeving bestaan als plek voor onderzoek, onderwijs en opleiding.
Voor Amsterdam UMC is dat een grote verandering. Voor medewerkers en patiënten ook. Maar het nieuws raakt ook aan een bredere ontwikkeling in de zorg: de beweging naar samenwerking, concentratie en schaalvergroting. Soms gebeurt dat via fusies, soms via overnames, bestuurlijke samenwerking of het concentreren van specialistische zorg.
Zorg verandert steeds vaker van vorm
Die beweging is begrijpelijk. De zorg staat onder druk door personeelstekorten, financiële krapte en een groeiende zorgvraag. Dan is het logisch dat organisaties kijken hoe mensen, middelen en expertise slimmer kunnen worden ingezet.
Tegelijkertijd is de vraag niet alleen of een fusie of concentratie logisch is op papier, maar vooral wat dit betekent in de praktijk. Voor patiënten kan concentratie betekenen dat de route naar zorg verandert. Voor medewerkers betekent het nieuwe teams, afspraken en werkwijzen. Voor planners en coördinatoren kan capaciteit op één plek beter benut worden, maar ook kwetsbaarder worden als de druk toeneemt.
Juist daarom moet je bij een fusie of centralisatie niet alleen kijken naar de nieuwe structuur, maar ook naar het dagelijkse werk dat daardoor verandert.
Een fusie levert niet vanzelf waarde op
Onderzoeken naar fusies en overnames laten al jaren zien dat veel fusies de beoogde waarde niet vanzelf waarmaken. Vaak worden percentages van 70 tot 90 procent genoemd. Zulke cijfers vragen om nuance, want niet elke fusie is hetzelfde en succes hangt af van wat je meet. Maar de onderliggende les is relevant: een fusie levert niet vanzelf waarde op.
Die waarde ontstaat pas als de nieuwe samenwerking ook in de praktijk beter werkt. Dat vraagt om logisch ingerichte processen, maar ook om een gedeeld vertrekpunt. Waar organiseren we eigenlijk op? Nabijheid, expertise, snelheid, capaciteit of werkbaarheid voor professionals?
Zonder zulke leidende principes blijft een fusie snel hangen in losse keuzes. Dan wordt per afdeling, locatie of specialisme opnieuw onderhandeld over wat logisch is. Met duidelijke uitgangspunten kun je keuzes beter uitleggen en processen gerichter ontwerpen.
Verandermanagement begint vóór communicatie
Daar begint verandermanagement: niet als communicatie achteraf, maar als manier om de verandering beter te ontwerpen. Mensen meenemen in verandering gaat namelijk niet alleen over uitleggen wat er besloten is of draagvlak organiseren. Het gaat ook over het vroeg benutten van hun kennis.
Professionals, patiënten en ketenpartners zien vaak eerder waar een keuze in de praktijk gaat knellen. Niet omdat zij tegen verandering zijn, maar omdat zij merken wat een verandering betekent voor bereikbaarheid, overdrachten, planning, werkdruk of samenwerking.
Vroeg betrekken helpt daarom op drie manieren:
- het maakt de afwegingen beter, omdat aannames worden getoetst aan de praktijk;
- het maakt het ontwerp sterker, omdat knelpunten eerder zichtbaar worden;
- het vergroot het draagvlak, omdat mensen herkennen hoe hun werkelijkheid is meegenomen.
Bij Amsterdam UMC lijkt de verandering jarenlang te zijn verteld als een fusie tussen twee sterke locaties. Nu er een voorgenomen besluit ligt om ziekenhuiszorg op termijn te concentreren op locatie AMC, wordt het extra belangrijk om helder te maken hoe die keuze volgt uit het grotere verhaal. Niet alleen: waarom is dit besluit genomen? Maar ook: welke afwegingen zijn gemaakt, welke zorgen leven er, welke misverstanden moeten worden rechtgezet en waar is nog ruimte om de uitvoering beter te maken?
Dat is geen oordeel over de inhoudelijke keuze. Concentratie kan nodig en verstandig zijn. Maar veranderkundig maakt het veel uit of mensen een ontwikkeling herkennen als logisch vervolg op een gedeeld verhaal, of dat zij het ervaren als een uitkomst die groter is dan zij hadden verwacht.
Waar samenwerking wél waarde krijgt
Gelukkig betekent dat niet dat fusies gedoemd zijn om te mislukken. Er zijn organisaties die er wél in slagen om waarde uit een fusie te halen. In een M&A-integratieonderzoek van PwC rapporteerde 14% van de respondenten significant succes op strategische, operationele én financiële doelen. Dat is geen meerderheid, maar het laat wel zien dat succes mogelijk is.
Wat doen die organisaties anders? Ze behandelen integratie niet als iets voor na het besluit, maar als onderdeel van het besluit zelf. Ze investeren eerder in verandermanagement, ontwikkelen eerder een nieuw operationeel model en maken concreet welk werk straks beter moet lopen. Daarbij is zichtbaar sponsorschap vanuit het bestuur belangrijk. Niet alleen om de richting uit te leggen, maar ook om actief te blijven luisteren naar wat er in de praktijk gebeurt.
Voor zorgorganisaties ligt daar een kans. Juist omdat de druk groot is, kan samenwerking of concentratie nodig zijn. Maar dan moet vanaf het begin duidelijk zijn welke zorgprocessen beter, eenvoudiger of toekomstbestendiger moeten worden. En welke principes leidend zijn bij de keuzes die onderweg gemaakt worden.
Daar zit vaak het verschil. Niet in de belofte van schaalvoordeel, maar in de vertaling naar de praktijk én in de manier waarop mensen daarin worden meegenomen. Een fusie verandert de organisatie, maar pas als patiënten, professionals en ketenpartners merken dat het werk beter is georganiseerd, wordt het ook echt een verbetering.
Direct contact
We ondersteunen organisaties bij het realiseren van hun doelen. Ben je benieuwd hoe we je bij jouw ondersteuningsvraag kunnen helpen? Of heb je een andere vraag? Neem dan contact met ons op.